Hoofdstuk 1 - Vijfkaart hoog

In de beide voorgaande delen van Begin met Bridge is het openingsbod van 1 in een kleur besproken. Dit hoofdstuk beginnen we met een samenvatting van die afspraken. Vervolgens gaan we andere mogelijkheden verkennen. De belangrijkste mogelijkheid is het openen met een vijfkaart hoog en de consequenties die dat heeft voor het verdere bieden. Ook wordt besproken waarom de 1 SA-opening geen vijfkaart hoog behoort te bevatten en waarom dat bij de 2SA-opening nu juist weer wel is toegestaan.


Hoofdstuk 2 - Handwaardering

Bij het bieden is de sterkte van je hand van belang. In het begin van je bridgecarrière ligt de nadruk dan nogal eenzijdig op het tellen van de honneurpunten. In dit hoofdstuk bekijken we enkele andere aspecten die de kracht van je hand kunnen beïnvloeden. Zo laten we zien dat honneurs in een lange kleur extra kracht geven. Daarnaast zijn er goede en slechte punten. En, de 'waarde' van de honneurs (zoals A versus HB) werkt anders bij troefcontracten dan in SA.


Hoofdstuk 3 - Distributiepunten

In het eerste hoofdstuk van dit deel van Begin met Bridge zagen we dat naast de honneurpunten ook je verdeling en het bieden van de tegenstanders bepalend zijn voor de kracht van je hand. In dit hoofdstuk onderzoeken we het effect van de kaartverdeling in combinatie met het bieden van je partner. Als de troefkleur vaststaat, hebben de korte kleuren extra kracht. Ook wordt het verschil uitgelegd tussen een kleur direct naar de manche verhogen en de zogenaamde 'delayed game raise'.


Hoofdstuk 4 - De tweede kleur bij troefcontracten

Als op laag niveau de troefkleur vast staat kan het met het oog op de manche interessant zijn na te gaan hoe het gesteld is met de verliezers in een tweede kleur. Daarvoor zijn diverse conventies in zwang. Wij kiezen hier voor de meest natuurlijke wijze van bieden en dat is via de zogenaamde 'long suit trial'.


Hoofdstuk 5 - De Niemeijerconventie

In het vorige hoofdstuk is uitgelegd dat de 2SA-opening een vijfkaart harten of schoppen mag bevatten. Nu laten we je zien hoe de partner die eventuele vijfkaart kan opsporen.
Feitelijk is wat in hoofdstuk 5 aan de orde komt eigenlijk niet de Niemeijerconventie, maar Puppet-Stayman. Chris Niemeijer is hier ook niet de bedenker van. De Puppet-Staymanconventie is in de VS bedacht en in Nederland door Niemeijer met enkele extraatjes uitgebreid. Dit uitgebreide complex is de Niemeijer, het eenvoudige oorspronkelijke model heeft dus de (ook internationaal bekende) naam Puppet-Stayman Hoe het precies zit met het woord 'puppet'kun je lezen in een artikel van Ad van Gemert: Het woord 'puppet' in Puppet-Stayman



Hoofdstuk 6 - De Multi 2-opening

In hoofdstuk 4 hebben we de opening van 1 in een kleur genuanceerd. In dit hoofdstuk komen de openingen op 2-niveau aan de beurt. Daarbij beschouwen we vooral de Multicoloured 2-opening. De antwoorden op de 2-opening zijn uitgewerkt en ook het vervolg na 2-2SA.


Hoofdstuk 7 - Transferbiedingen

In deel 1 van Begin met Bridge hebben we de Jacoby transfers behandeld voor eenvoudige situaties. In dit hoofdstuk zullen we laten zien hoe je ook in de wat lastiger situaties transfers kunt gebruiken. Daarbij wordt tevens besproken wat de invloed van een volgbod of een doublet op de transfers is.


Hoofdstuk 8 - Forcing

In dit hoofdstuk gaan we na in welke situaties je op partners bod niet mag passen, dus of er sprake is van een forcing situatie. Daarbij maken we onderscheid tussen rondeforcing en mancheforcing.


Hoofdstuk 9 - Slembiedingen

Het maken van een slem geeft zeer veel voldoening, vooral als dat slem ook geboden is. In dit hoofdstuk bekijken we enkele conventies die bij het slemonderzoek nuttig kunnen zijn. De een voudige Blackwoodvariant is al in deel 2 besproken. Hier werken we de Roman (KRO) variant uit en ook de Roman Key Card conventie. Daarnaast komen ook nog 'heren vragen', Gerber en de kwantitatieve 4SA aan bod.


Hoofdstuk 10 - Controlebiedingen

In het vorige hoofdstuk was het slemonderzoek gericht op het aantal azen en heren. Dit hoofdstuk behandelt een ander aspect van het slemonderzoek, namelijk controlebiedingen in troefcontracten. Het verschil tussen eerste controles en gemengde controles wordt aangegeven. Ten slotte wordt het gebruik van 'splinters' behandeld.


Hoofdstuk 11 - Muiderberg

Bridgeconventies worden meestal naar personen genoemd, maar de uitzondering bevestigt de regel. Zoals in dit hoofdstuk, een moderne en nogal agressieve conventie voor enkele 2-openingen wordt aangereikt. De Muiderbergse 2- en 2-opening wordt met de bijbehorende antwoorden beschreven.


Hoofdstuk 12 - De regel van 2 en 3

Tegenwoordig neemt men het meestal niet zo nauw met volgbiedingen en preëmptieve openingen. De daarbij veel gebruikte veilige regel van 2 en 3 begint in de vergetelheid te raken. We raden je aan in twijfelgevallen deze regel toch maar toe te passen. Beschreven wordt hoe je het aantal verliesslagen moet inschatten bij een volgbod met een lange kleur en bij preëmptieve openingen.


Hoofdstuk 13 - Het volgbod

In deel 1 van Begin met Bridge is het volgbod al ter sprake gekomen. Na een korte herhaling van de daar gemaakte afspraken bespreken we nu het sprongvolgbod en het volgbod met tweekleurenspellen. Aangegeven wordt ook wat te doen met handen die te sterk zijn voor een volgbod.


Hoofdstuk 14 - De deelscore bevechten

Als de tegenpartij ongestoord in een deelscore lijkt te eindigen moet je nog wel eens actief worden. Voorbeelden daarvan zijn het heropeningsdoublet en een uitgesteld volgbod. Deze vormen van het 'gevecht om de deelscore' bespreken we in dit hoofdstuk. Maar ook wordt aangegeven wanneer het verstandig is 'opgedreven' tegenstanders te laten spelen.


Hoofdstuk 15 - Het redbod

Een redbod is een bod waarmee je probeert de tegenstanders hun kansrijke manche af te nemen. Deze actie wordt ook wel 'uitnemen' genoemd. Het hoe en waarom van het redbod bespreken we in dit hoofdstuk.


Hoofdstuk 16 - Informatieve doubletten

In de bridgeliteratuur worden vele doubletten beschreven. Daarbij zijn twee hoofdrichtingen te onderscheiden: doubletten met een informatief karakter en strafdoubletten. In dit hoofdstuk bespreken we informatieve doubletten. Dat betreft het al eerder behandelde informatiedoublet en nu na wederom een bod van de tegenstanders het teruggekaatst doublet. De doubletten op de diverse verschillende openingen komen aan de orde. Ten slotte wordt het uitkomstdoublet besproken.


Hoofdstuk 17 - Het negatieve doublet

In de praktijk van het hedendaagse bridge heeft de overgrote meerderheid van de doubletten een informatief karakter. Een speciale plaats neemt daarbij het negatief doublet in. Dit onderwerp wordt in dit hoofdstuk verder uitgediept.


Hoofdstuk 18 - Het strafdoublet

Soms is het aantrekkelijk gedoubleerd tegen te spelen. Tot nu toe waren doubletten vooral informatief. In dit hoofdstuk laten we zien hoe je, zoals ook bij de strafpas in het vorige hoofdstuk, tot een strafdoublet kunt komen.


Hoofdstuk 19 - Het redoublet

De minst gebruikte bieding is wel het redoublet. Er valt ook niet veel over te vertellen. Toch kunnen we je nog wel een enkele toepassing laten zien.


Hoofdstuk 20 - Multi en Muiderberg bestrijden
Een hoog openingsbod van een tegenstander maakt het lastig om zelf een goed contract te bereiken. Niet alleen preëmptieve openingen zijn bijzonder hinderlijk, maar ook een Multi of een Muiderbergse-opening kan heel storend zijn. In dit hoofdstuk bespreken we een verdediging.


Hoofdstuk 21 - Het juiste tempo
In het dagelijkse leven is tempo vaak een kwestie van snelheid. Bij bridge gaat het er om hoe snel je bepaalde kleuren aanpakt. Tempo heeft dan vooral te maken met de volgorde waarin je de diverse kleuren aanspeelt. Daarbij maken we onderscheid tussen SA- en troefcontracten.


Hoofdstuk 22 - Omgaan met troef
Op diverse plaatsen is het spelen van troefcontracten aan de orde geweest. We beginnen met een herhaling van het speelplan.Daarna bekijken we drie nieuwe technieken bij troefcontracten, een kleur vrijtroeven, de dummy reversal en de cross-ruff.


Hoofdstuk 23 - Eliminatie en ingooi
Meestal moet je als leider op eigen kracht je contract zien te maken. Soms echter lukt het je om hulp van je tegenspelers af te dwingen door ze op het juiste moment via een 'ingooi' aan slag te brengen. In dit hoofdstuk wordt ook de speelwijze 'loser on loser' behandelt.


Hoofdstuk 24 - Veilig spelen
Geboden contracten wil je natuurlijk proberen te maken. Daarbij kies je vaak voor een zo veilig mogelijke speelwijze. Je moet dan ook rekening houden met een ongustig zitsel. In dit hoofdstuk onderzoeken we enkele vormen van die veilige aanpak.


Hoofdstuk 25 - De beste kans
Contracten kunnen op verschillende manieren afgespeeld worden. In dit hoofdstuk helpen we je bij het kiezen van de beste route door gebruik te maken van de kansrekening. Het perspectief is dus dat van de leider. Bedenk daarbij wel dat de kansrekening slechts een hulpmiddel is. Soms zijn er ook nog andere aanwijzingen.


Hoofdstuk 26 - Uitkomen
Als je moet uitkomen dan is het van belang dat je een zo goed mogelijke uitkomst kiest. Belangrijk is ook dat je partner het type uitkomst herkent. Beide aspecten van het uitkomen worden in dit hoofdstuk besproken.


Hoofdstuk 27 - Signaleren: kleurpreferentie
Tegenspelers kunnen elkaars hand niet zien. Daarom gebruiken zij signalen om iets over hun hand te vertellen. Het aan- en afsignaleren is de meest voorkomende vorm. Twee andere nuttige vormen van signaleren komen in dit hoofdstuk en in hoofdstuk 28 ter sprake.


Hoofdstuk 28 - Distributiesignalen
Twee vormen van signaleren zijn al besproken, namelijk aan/afsignaleren en kleurpreferentie door middel van Lavinthal. In dit hoofdstuk gaan we in op distributiesignalen.


Hoofdstuk 29 - Tegenspelen
Tegenspelen is al diverse keren aan de orde geweest. In dit hoofdstuk geven we een korte terugblik en daarna behandelen we enkele nieuwe aspecten, waaronder deblokkeren en troefpromotie.


Hoofdstuk 30 - Wedstrijdbridge
In de delen 1 en 2 van Begin met Bridge hebben we laten zien hoe het er bij parenwedstrijden en het viertallenbridge aan toe gaat. Nu gaan we daar wat dieper op in en daarna bespreken we ook andere wedstrijdvormen, zoals computerbridge, huiskamerbridge, individuele wedstrijden en zelfs robberbridge.